In onze Zuienkerkse polders zijn de ganzen die hier overwinteren, de laatste decennia een vertrouwd beeld. 
Met de meitelling wordt aan iedere landbouwer gevraagd om de schade aan te geven en aan te duiden op plan.

Wij moeten twee soorten ganzen onderscheiden: de trekkers en de blijvers.

  1. De trekkers zijn de kleine rietganzen en de kolganzen die hier met +/- 70 000 overwinteren en in het voorjaar massaal terug naar hun broedgebieden in het hoge noorden trekken. De jacht op deze dieren is reeds meer dan vijf jaar verboden en de schade die zij aanrichten moet normaal gezien vergoed worden door de Afdeling Natuur (Aminal). Momenteel duurt de procedure om schadevergoeding te krijgen te lang en ze is te omslachtig, en daarom wordt er met de Provincie en de buurgemeenten gezocht naar vereenvoudiging.
  2. De blijvers zijn de grauwe en de Canadese ganzen . Dit zijn ganzen die niet trekken. Het zijn verwilderde ganzen; ze stammen af van enkele Oost-Europese exemplaren die vroeger in het Zwin zijn uitgezet. In de winter verblijven ze vooral in de achterhaven van Zeebrugge; in het voorjaar komen ze onder meer in Zuienkerke broeden. Op de akkers met groeiende gewassen vinden ze als het ware een gedekte voedertafel. Landbouwers kunnen dan ook aanzienlijke schade hebben aan landbouwgewassen. Bovendien planten deze ganzen zich snel voort.

       

Op zoek naar een duurzame oplossing

Om het aantal ganzen te verminderen, is een gezamenlijke, goed doordachte aanpak nodig.

Ons bestuur heeft de krachten gebundeld met de andere betrokken gemeenten (Blankenberge, Brugge, Damme, De Haan en Knokke-Heist) en met de provincie. De bedoeling is om samen met de jagers, de landbouworganisaties, natuurverenigingen en grondeigenaars te werken aan een gezamenlijk beheersplan om zo tot een aanvaardbaar evenwicht te komen. Om de effecten van een beheersplan op lange termijn te kunnen meten, wordt in eerste instantie de omvang van de schade duidelijk in kaart gebracht.


Dringende oplossing

 

Het ganzenprobleem kan zo groot worden dat een landbouwer een dringende oplossing nodig heeft.
Onze dienst landbouw (Tel.  050 42 70 48 - vragen naar Annie Allemeesch) kan u een overzicht geven van de maatregelen die landbouwers onmiddellijk kunnen treffen. 


 

Oproep aan de houders van neerhofganzen

Ontsnapte of vrijgelaten ganzen van kwekers en particulieren planten zich snel voort en kunnen uitgroeien tot een verwilderde groep die schade toebrengt aan de natuur en aan de landbouw. Kwekers en particulieren doen er dus goed aan om de nodige maatregelen te nemen zodat hun dieren niet ontsnappen.

 

Jacques Demeyere, schepen landbouw en leefmilieu