Kleuters:

- Afwezigheden van niet-leerplichtige kinderen moeten niet worden gewettigd door medische attesten. Afwezigheden worden telefonisch of schriftelijk meegedeeld aan de directeur. Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs. 

 

Lager:

- A. Afwezigheid wegens ziekte (steeds de directeur of klasleerkracht te verwittigen)

Bij een afwezigheid wegens ziekte van maximaal drie opéénvolgende schooldagen bezorgen de ouders aan de directeur of de klasleerkracht een ondertekende verklaring. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de begindatum en de vermoedelijke einddatum. Indien tijdens het schooljaar reeds vier maal van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt, is een medisch attest vereist.

Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opéénvolgende schooldagen is steeds een medisch attest verplicht. Gebruik voor de zelf gewettigde afwezigheden de bedeelde formulieren met Z1–Z4. De ziekteperiode die door een dokter is voorgeschreven kan niet door een ziekenbriefje van de ouders verlengd worden, wel andersom. Meld, voor de aanvang van de lessen of zo snel als kan, telefonisch de afwezigheid van uw kind. De klasleerkracht wordt dan onmiddellijk op de hoogte gesteld.

Let op: een ziekenbriefje door de ouders voorgeschreven, vanaf donderdag, is op maandag niet meer geldig. (want dit betekent 5 dagen ziek in plaats van 3 kalenderdagen) 

- B. Afwezigheid van rechtswege

Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de klasleerkracht een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum. 

Het gaat om volgende gevallen:

  • het bijwonen van een familieraad;
  • het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling; dit voor die dag zelf;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
  • de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
  • het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.