HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN TE ZUIENKERKE

vastgesteld door de OCMW raad in zitting van 21 maart 2013

1.Bijeenroeping Raad voor Maatschappelijk Welzijn

Artikel 1. –

§1.- De Raad voor Maatschappelijk Welzijn vergadert ten minste tienmaal per jaar en zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen.

§2.- De Raad voor Maatschappelijk Welzijn wordt bijeengeroepen door de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.

De oproeping wordt verzonden via de post. Het dossier ligt ter inzage op de zetel van het OCMW.

§3.- De voorzitter moet de Raad voor Maatschappelijk Welzijn bijeenroepen op verzoek van

1° een derde van de leden

2° de burgemeester

In hun schriftelijke aanvraag aan de voorzitter moeten aanvragers de agenda, de datum en het uur van de beoogde vergadering vermelden. Aan de secretaris moet voor elk punt een toegelicht voorstel van beslissing bezorgd worden. De secretaris bezorgt deze voorstellen aan de voorzitter. Deze aanvraag moet ingediend worden zodanig dat de voorzitter de oproepingstermijnen bepaald in artikel 2 van dit reglement kan nakomen.

De voorzitter roept op verzoek de vergadering bijeen  op voorgestelde datum en uur en met de voorgestelde agenda.

Artikel 2.-

§1.- De oproeping wordt ten minste acht dagen vóór de dag van de vergadering aan de raadsleden en aan de burgemeester bezorgd.

In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken.

§2.- De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing bij elk agendapunt. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn, maar bevatten geen informatie die de persoonlijke levenssfeer raakt.

§3 De agenda, behalve de punten over cliënten en onderhoudsplichtigen, wordt bezorgd aan de burgemeester en de gemeenteraadsleden op hetzelfde moment en op dezelfde wijze als de oproeping bezorgd wordt aan de OCMW-raadsleden.


 

Artikel 3.-

§1.- Leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze een toegelicht voorstel van beslissing aan de secretaris, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. De voorzitter stelt deze punten vast.

De voorzitter zelf kan van deze mogelijkheid geen gebruik maken.

§2.- De secretaris deelt de aanvullende agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen van beslissing onverwijld mee aan de leden van de Raad.

 

2. Openbare of besloten vergadering

Artikel 4.-

§1.- De vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn zijn in principe openbaar.

§2.- De vergadering is niet openbaar:

1° Als het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering.

2° Wanneer twee derde van de aanwezige leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid beslissen dat de vergadering niet openbaar is. De Raad voor Maatschappelijk Welzijn moet deze beslissing motiveren.

Artikel 5.-

De vergaderingen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn over het organogram, de personeelsformatie, de rechtspositieregeling, het meerjarenplan en de aanpassingen ervan, het budget, een budgetwijziging of de jaarrekening zijn in elk geval openbaar.

Ingeval de Raad voor Maatschappelijk Welzijn bevoegd is om een tuchtstraf op te leggen, wordt de hoorzitting in het openbaar gehouden indien de betrokkene hierom verzoekt. Is de hoorzitting openbaar, dan kan de getuige wel nog altijd de beslotenheid van zijn getuigenverhoor vragen.

Artikel 6.-

De besloten vergadering kan enkel plaatsvinden na de openbare vergadering, uitgezonderd in tuchtzaken.

Als tijdens de openbare vergadering blijkt dat de behandeling van een punt in besloten vergadering moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering, enkel met dit doel, worden onderbroken.

Als tijdens de besloten vergadering blijkt dat de behandeling van een punt toch in openbare zitting moet gebeuren, dan wordt het punt opgenomen in de agenda van de eerstvolgende vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. In geval van dringende noodzakelijkheid van het punt, kan de besloten vergadering enkel met dat doel worden onderbroken.

 

3. Informatie voor raadsleden en publiek

Artikel 7.-

§1.- Plaats, dag, tijdstip en agenda van de vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn worden openbaar gemaakt op de zetel van het OCMW, uiterlijk acht dagen voor de vergadering. Dit gebeurt door aanplakking en op de website.

§2.- Indien raadsleden punten aan de agenda toevoegen, wordt de aangepaste agenda binnen de 24 uur nadat hij is vastgesteld op dezelfde wijze openbaar gemaakt.

In spoedeisende gevallen wordt de aangepaste agenda binnen de 24 uur nadat hij is vastgesteld op dezelfde wijze openbaar gemaakt en dit uiterlijk vóór het begin van de vergadering.

§3.- De agenda van de vergadering van de Raad en de stukken die betrekking hebben op het openbaar gedeelte worden bezorgd aan de lokale perscorrespondenten indien deze erom verzoeken.

§4.- Elke belangstellende inwoner kan de agenda van de raadsvergaderingen ontvangen na schriftelijke aanvraag.

Artikel 8.-

§1.- Het OCMW maakt, aan ieder natuurlijk persoon en iedere rechtspersoon of groepering die erom verzoekt, de agenda van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn en de stukken die betrekking hebben op het openbare deel van de vergadering, openbaar, door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

§2.- Eenieder die de raadszitting bijwoont, krijgt bij het binnenkomen de agenda van de vergadering overhandigd.

§3.- Aan de beslissingen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn zal de nodige bekendheid worden gegeven door ze ter inzage te leggen op de zetel van het OCMW.

Deze bepaling is niet van toepassing op beslissingen over individuele maatschappelijke dienstverlening, verhaal op onderhoudsplichtigen en individuele personeelsdossiers, en eventuele andere beslissingen die in besloten zitting genomen worden.

Artikel 9.-

§1.- Voor de op de agenda ingeschreven zaken worden voor elk agendapunt de dossiers, de feitelijke gegevens, de eventueel verleende adviezen en de toegelichte voorstellen van beslissing vanaf de verzending van de oproeping ter beschikking gehouden van de raadsleden. De raadsleden kunnen er vóór de vergadering kennis van nemen op het secretariaat van het OCMW tijdens de kantooruren. Als een lid van de raad daarom verzoekt kan een dossier elektronisch ter beschikking worden gesteld behalve indien het informatie bevat die de persoonlijke levenssfeer raakt.

§2.- Het ontwerp van het meerjarenplan, de jaarlijkse aanpassing van het meerjarenplan, het budget en de jaarrekening worden op zijn minst 14 dagen vóór de vergadering waarop het ontwerp besproken wordt aan ieder lid van de Raad voor de Raad voor Maatschappelijk Welzijn bezorgd.

Het ontwerp van een budgetwijziging wordt uiterlijk samen met de agenda vóór de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn bezorgd.

Deze stukken worden op dezelfde wijze bezorgd aan de raadsleden zoals de oproeping in artikel 1, §2 van dit reglement.

§3.- Aan de raadsleden moet, op hun verzoek, door de secretaris of de door hem/haar aangewezen personeelsleden technische toelichting worden verstrekt over de stukken in de dossiers voor de vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. Onder technische toelichting wordt verstaan het verstrekken van inlichtingen ter verduidelijking van de feitelijke gegevens die in de dossiers voorkomen en van het verloop van de procedure.

De raadsleden richten hun verzoek mondeling aan de secretaris. De mondelinge toelichting gebeurt tijdens de kantooruren tenzij anders wordt overeengekomen.

Artikel 10.-

§1.- De raadsleden hebben het recht van inzage van alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van het OCMW betreffen.

Persoonlijke notities van personeelsleden behoren niet tot de dossiers, stukken en akten van het bestuur van het OCMW.

§2.- Zonder voorafgaande aanvraag kunnen worden ingezien tijdens de dagen en uren dat de diensten op het secretariaat van het OCMW geopend zijn:

1° de begrotingen van de vorige dienstjaren van het OCMW;

2° de rekeningen van de vorige dienstjaren van het OCMW;

3° de jaarverslagen van de vorige dienstjaren van het OCMW;

4° de meest recente goedgekeurde notulen van de vergaderingen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn;

5° de meest recente en goedgekeurde notulen van het vast bureau en de bijzondere comités;

6° de deontologische code voor OCMW-raadsleden;

7° het huishoudelijk reglement van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn;

8° het register van de inkomende en uitgaande stukken van het huidige jaar.

§3.- Buiten de documenten en dossiers bedoeld in artikel 9 en artikel 10 §2 hebben de raadsleden het recht alle andere documenten te raadplegen, die betrekking hebben op het bestuur van het OCMW.

De OCMW-secretaris zal de dagen en uren bepalen waarop de raadsleden deze andere documenten kunnen raadplegen.

Om de secretaris in de mogelijkheid te stellen te onderzoeken of de gevraagde stukken of akten betrekking hebben op het bestuur van het OCMW, delen de raadsleden aan de secretaris schriftelijk mee welke documenten zij wensen te raadplegen.

Aan de raadsleden wordt uiterlijk binnen de acht werkdagen na de ontvangst van de aanvraag meegedeeld waar en wanneer de stukken kunnen worden ingezien.

Het raadslid dat de in deze § bedoelde stukken niet is komen raadplegen tijdens de week volgend op het tijdstip waarop hem is meegedeeld dat ze ter inzage liggen, wordt geacht af te zien van inzage.

§4.- De leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn kunnen, met uitzondering van de dossiers die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer, een afschrift krijgen van de akten en stukken betreffende het bestuur van het OCMW.

De raadsleden dienen hun aanvraag tot het verstrekken van een afschrift schriftelijk in te dienen bij de OCMW-secretaris.

De gemotiveerde beslissing van de secretaris tot weigering van het verstrekken van een afschrift moet uiterlijk acht werkdagen na ontvangst van de aanvraag aan het betrokken raadslid worden meegedeeld.

Artikel 11.-

De leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn hebben het recht aan de voorzitter mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.

Op schriftelijke vragen van de raadsleden wordt binnen de maand na ontvangst schriftelijk geantwoord. Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over aangelegenheden die het OCMW aangaan en die niet op de agenda van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn staan. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord.

 

4. Het quorum

Artikel 12.-

Vooraleer aan de vergadering deel te nemen, tekenen de aanwezigen de aanwezigheidslijst. De namen van de leden, die deze lijst tekenden, worden in de notulen vermeld.


Artikel 13.-

§1.- De Raad voor Maatschappelijk Welzijn kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn aanwezig is.

Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, stelt de voorzitter vast dat de vergadering niet kan doorgaan.

§2.- De Raad kan echter, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.

In die tweede oproeping moet duidelijk vermeld worden dat het om een tweede oproeping gaat.

 

5. Wijze van vergaderen

Artikel 14.-

§1.- De voorzitter zit de vergaderingen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn voor, en opent en sluit de vergadering.

Op de voor de vergadering vastgestelde dag en uur en zodra voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, verklaart de voorzitter de vergadering voor geopend.

§2.- De aanwezigheid van derde personen is slechts toegelaten in de gevallen voorzien in de wet. Buiten deze gevallen kunnen derden bij de behandeling van een bepaald agendapunt slechts toegelaten worden met het oog op het verstrekken van informatie, toelichtingen en/of technische adviezen inzake materies, waarin zij uit hoofde van hun vorming, kwalificatie en /of beroepservaring als deskundige worden erkend. Bovendien dienen zij door de voorzitter uitgenodigd te worden. Zij kunnen in geen geval deelnemen aan de besluitvorming.

De burgemeester mag alle vergaderingen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn bijwonen zonder dat hij die kan voorzitten. In geval van een schriftelijke voorafgaande gemotiveerde afwezigheid kan hij zich laten vervangen door een schepen.

Artikel 15.-

§1.- De voorzitter geeft kennis van de tot de Raad gerichte verzoeken en doet alle mededelingen die de Raad aanbelangen.

De vergadering vat daarna de behandeling aan van de punten die vermeld staan op de agenda, in de daardoor bepaalde volgorde tenzij de Raad er anders over beslist.

§2.- Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen wanneer het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren.

Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derden van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld.

Artikel 16.-

§1.- Nadat het agendapunt werd toegelicht, vraagt de voorzitter welk lid aan het woord wenst te komen over het voorstel.

De voorzitter verleent het woord naar de volgorde van de aanvragen.

§2.- Indien de Raad deskundigen wenst te horen, bepaalt de voorzitter van de Raad wanneer ze aan het woord komen.

De voorzitter kan aan de secretaris vragen om toelichtingen te geven.

Artikel 17.-

Niemand mag onderbroken worden wanneer hij spreekt, behalve voor een verwijzing naar het reglement of voor een terugroeping tot de orde.

Als een lid van de Raad, aan wie het woord werd verleend, afdwaalt van het onderwerp, kan alleen de voorzitter hem tot behandeling van het onderwerp terugbrengen. Indien na een eerste verwittiging het lid verder van het onderwerp blijft afdwalen, kan hem het woord door de voorzitter ontnomen worden. Elk lid, dat in weerwil van de beslissing van de voorzitter, tracht aan het woord te blijven wordt geacht de orde te verstoren.

Dit geldt eveneens voor hen, die het woord nemen zonder het te hebben gevraagd en bekomen, en die aan het woord blijven in weerwil van het bevel van de voorzitter.

Elk scheldwoord, elke beledigende uitdrukking en elke persoonlijke aantijging worden geacht de orde te verstoren.

Artikel 18.-

De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de raadsvergadering. Van de handelingen die hij in dit verband stelt, wordt melding van gemaakt in de notulen.

Elk raadslid dat de orde verstoort, wordt door de voorzitter tot de orde teruggeroepen. Elk lid dat tot de orde werd teruggeroepen, mag zich verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de terugroeping tot de orde gehandhaafd of ingeroepen wordt.

Artikel 19.-

De voorzitter kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen.

De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en hem verwijzen naar de politierechtbank, die hem kan veroordelen tot een geldboete van één tot vijftien euro of tot een gevangenisstraf van één dag tot drie dagen, behoudens andere vervolgingen, als het feit daartoe grond oplevert.


Artikel 20.-

Wanneer de vergadering rumoerig wordt, zodat het normale verloop van de bespreking in het gedrang wordt gebracht, kondigt de voorzitter aan dat hij, bij voortduring van het rumoer, de vergadering zal schorsen of sluiten.

Indien de wanorde toch aanhoudt, schorst of sluit hij/zij de vergadering. De leden van de Raad moeten dan onmiddellijk de zaal verlaten.

Van deze schorsing of sluiting wordt melding gemaakt in de notulen.

Artikel 21.-

Nadat de leden voldoende aan het woord zijn geweest en indien hij/zij oordeelt dat het agendapunt voldoende besproken werd, sluit de voorzitter de bespreking.

Artikel 22.-

§1.- Voor elke stemming omschrijft de voorzitter het voorwerp van de bespreking waarover de vergadering zich moet uitspreken.

§2.- De beslissingen worden bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen genomen, zonder rekening te houden met de onthoudingen. Ingeval de stemmen staken, is het voorstel verworpen.

Artikel 23.-

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn stemt over het budget in zijn geheel en over het meerjarenplan in zijn geheel.

Elk lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn kan echter de afzonderlijke stemming eisen over één of meerdere onderdelen van het budget die hij aanwijst. In dat geval mag over het geheel pas gestemd worden na de stemming over één of meerdere onderdelen die aldus zijn aangewezen. De stemming over het geheel heeft dan betrekking op de onderdelen waarover geen enkel lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn afzonderlijk wil stemmen, en op de onderdelen die al bij een afzonderlijke stemming zijn aangenomen. Voor de stemming over één of meer onderdelen van het meerjarenplan gelden dezelfde bepalingen.

6. Wijze van stemmen

Artikel 24.-

§1.- De leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn stemmen niet geheim, behalve in de gevallen bedoeld in §4.

§2.- Er zijn 2 mogelijke werkwijzen van stemmen:

1° de mondelinge stemming;

2° de geheime stemming.

§3.- Over de volgende aangelegenheden wordt geheim gestemd:

1° de vervallenverklaring van het mandaat van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn;

2° het aanwijzen van de vertegenwoordigers van het OCMW in de bestuursorganen van het OCMW;

3° individuele personeelszaken.

§4.- Over toekenning of terugvordering van maatschappelijke dienstverlening kan nooit geheim worden gestemd.

§5.- Tijdens de zitting kan de burgemeester of schepen die hem vervangt, de stemming over elk punt van de agenda verdagen, behalve als het punt betrekking heeft op de persoonlijke levenssfeer van de cliënten van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of hun onderhoudsplichtigen. De argumentatie voor die verdaging van de burgemeester of de schepen wordt vermeld in de notulen van de vergadering. Van dat recht kan slechts eenmaal gebruikgemaakt worden voor hetzelfde punt.

Dit agendapunt kan op zijn vroegst na dertig dagen opnieuw worden behandeld tenzij erover eerder een advies door het College van Burgemeester en Schepenen wordt uitgebracht.

Artikel 25.-

De mondelinge stemming geschiedt door elk raadslid ja, neen of onthouding te laten uitspreken.

De voorzitter stemt het laatst, behalve bij geheime stemming. De stem van de voorzitter is niet doorslaggevend bij staking van stemmen.

Artikel 26.-

Voor een geheime stemming worden vooraf gemaakte stembriefjes gebruikt en wordt eenvormig schrijfgerief ter beschikking gesteld.

De raadsleden stemmen door ja, neen of onthouding aan te duiden op het stembriefje.

Voor de stemming en de stemopneming is het bureau samengesteld uit de voorzitter en de twee jongste raadsleden. Ieder raadslid is gemachtigd de regelmatigheid van de stemopnemingen na te gaan.

Artikel 27.-

Vooraleer tot stemopneming over te gaan, wordt het aantal stembriefjes geteld. Stemt dit niet overeen met het aantal raadsleden, die aan de stemming hebben deelgenomen, dan worden de stembriefjes vernietigd en wordt elk raadslid uitgenodigd om opnieuw te stemmen.

Artikel 28.-

Voor elke benoeming tot ambten, elke contractuele indienstneming, elke verkiezing en elke voordracht van kandidaten wordt overgegaan tot een afzonderlijke stemming. Als de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben gehaald.

Hebben bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald, dan wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. De stemmen kunnen alleen worden uitgebracht op de kandidaten die op de lijst voorkomen. De benoeming of de voordracht gebeurt bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur.

 

7. De notulen.

Artikel 29.-

De notulen van de vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de Raad voor Maatschappelijk Welzijn geen beslissing heeft genomen.

Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen.

Behalve bij unanimiteit, geheime stemming en bij individuele toekenning of terugvordering van maatschappelijke dienstverlening, vermelden de notulen voor elk raadslid of hij voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.

Een raadslid kan vragen om in de notulen de rechtvaardiging van zijn stemgedrag op te nemen.

Dit recht geldt enkel als de raad voor maatschappelijk welzijn op eigen verantwoordelijkheid een voorgenomen verbintenis viseert of op eigen verantwoordelijkheid een bevel tot betaling geeft van een uitgave.

Artikel 30.-

§1.- De notulen van de vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn worden onder de verantwoordelijkheid van de OCMW-secretaris opgesteld overeenkomstig artikels 181 en 182 van het OCMW-decreet.

§2.- De notulen van de vorige vergadering zijn, behalve in spoedeisende gevallen, ten minste acht dagen voor de vergadering van de Raad ter beschikking van de raadsleden op het secretariaat van het OCMW tijdens de dagen en uren dat de diensten geopend zijn. De notulen van de openbare zitting worden daarentegen opgestuurd samen met de agenda van de volgende Raad.

§3.- Elk lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn heeft het recht tijdens de vergaderingen opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.

Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn en de secretaris ondertekend. In het geval Raad voor Maatschappelijk Welzijn bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.

 

8. Ondertekenen van de stukken

Artikel 31.-

§1.- De reglementen, beslissingen, akten, brieven en alle andere stukken worden ondertekend zoals bepaald in artikel 183 tot 185 van het OCMW-decreet.

§2.- De stukken die niet vermeld worden in artikel 183, §1 tot §4 van het OCMW-decreet, worden ondertekend door de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn en meeondertekend door de OCMW-secretaris. De voorzitter en de secretaris kunnen deze bevoegdheden overdragen conform artikel 184 en artikel 185 van het OCMW-decreet.

 

9. Dringende hulpverlening

Artikel 32.-

§1.- Overeenkomstig artikel 58, §2 van het OCMW-decreet, kan de voorzitter in dringende gevallen beslissen over de toe te kennen hulpverlening aan personen en gezinnen. Deze hulpverlening kan zowel materieel als financieel van aard zijn (o.a. voedselpakket, onderdak, financiële steun, …).

§2.- De geldelijke steunverlening mag per hulpvrager per maand niet méér bedragen dan het bedrag van het leefloon van de categorie van de hulpvrager, tenzij de dringende steun het verlenen van een huurwaarborg betreft. Het bedrag hiervoor bepaald kan te allen tijde bij raadsbeslissing worden herzien.

§3.- Alvorens de dringende hulp toe te kennen, doet de voorzitter alle mogelijke inspanningen om een maatschappelijk werker van het OCMW te bereiken teneinde een sociaal onderzoek te laten plaatsvinden.

§4.- De beslissing van de voorzitter tot dringende hulpverlening dient op de eerstvolgende vergadering van de Raad te worden voorgelegd met het oog op de bekrachtiging ervan. Ingeval van niet-bekrachtiging blijft de hulpverlening die tevoren werd toegekend, verworven voor de persoon aan wie ze werd toegekend.

§5.- Dezelfde werkwijze wordt gehanteerd als de voorzitter de vereiste dringende hulpverlening toekent aan een dakloze persoon die overeenkomstig artikel 58, §3 van het OCMW-decreet, een beroep doet op de maatschappelijke dienstverlening van het OCMW van de gemeente waar hij zich bevindt.

Artikel 33.-

Met het oog op de uitvoering van beslissingen van dringende hulpverlening getroffen door de voorzitter wordt een provisie van 1250 euro aangelegd. Deze provisie is enkel bestemd voor de uitbetaling van de dringende hulp.


 

11. Het vast bureau

Artikel 34.-

§1.- De leden van het vast bureau worden verkozen onder de raadsleden overeenkomstig artikel 60, §3 van het OCMW-decreet. De vergaderingen van het vast bureau zijn niet openbaar.

§2.- De aanwezigheid van derde personen is slechts toegelaten in de gevallen voorzien in de wet. Buiten deze gevallen kunnen derden bij de behandeling van een bepaald agendapunt slechts toegelaten worden met het oog op het verstrekken van informatie, toelichtingen en/of technische adviezen inzake materies, waaruit zij uit hoofde van hun vorming, kwalificatie en/of beroepservaring als deskundig worden erkend. Bovendien dienen zij door de voorzitter te worden uitgenodigd. Zij kunnen in geen geval deelnemen aan de besluitvorming.

Artikel 35.-

De voorzitter van het OCMW is van rechtswege en met beraadslagende stem voorzitter van het vast bureau.

De secretaris woont de vergaderingen van het vast bureau bij en is gelast met het opstellen van de notulen.

Artikel 36.-

§1.- Het vast bureau is, overeenkomstig artikel 80, §2 van het OCMW-decreet bevoegd voor het aanstellen in spoedeisende gevallen van een waarnemend secretaris. Ook is het vast bureau, overeenkomstig artikel 114 van het OCMW-decreet bevoegd voor de evaluatie van de secretaris.

§2.- Het vast bureau is belast met de zaken van dagelijks bestuur die niet aan de budgethouders werden toevertrouwd.

 

§3.- Het vast bureau kan in gevallen van dwingende en onvoorziene omstandigheden op eigen initiatief de bevoegdheden betreffende de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten, het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten uitoefenen.

§4 -Het vast bureau is bevoegd voor dringende aanstellingen van personeel in geval van vervanging wegens ziekte. Deze aanstellingen dienen op de eerstvolgende vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn bekrachtigd te worden

Artikel 37.-

§1.- Het vast bureau vergadert zo dikwijls als de behandeling van de zaken het vereist.

§2.- Het vast bureau wordt bijeengeroepen door de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. De oproeping wordt verzonden via de post. Het dossier ligt ter inzage van de leden van het vast bureau op de zetel van het OCMW.

Artikel 38.-

§1.- De oproeping wordt ten minste vijf kalenderdagen vóór de dag van de vergadering aan de leden van het vast bureau bezorgd. In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken.

§2.- De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing bij elk agendapunt. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn.

Artikel 39.-

§1.- Leden van het vast bureau kunnen uiterlijk drie dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de secretaris, die de voorstellen bezorgt aan de Voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. De voorzitter stelt de punten vast.

De voorzitter zelf kan van deze mogelijkheid geen gebruik maken.

§2.- De secretaris deelt de aanvullende agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen van beslissing onverwijld mee aan de leden van het vast bureau.

Artikel 40.-

De beslissingen van het vast bureau worden opgenomen in de notulen en alleen die beslissingen kunnen rechtsgevolgen hebben.

De notulen van de vorige vergadering worden opgestuurd naar de leden van het vast bureau, behalve wanneer deze informatie bevatten die de persoonlijke levenssfeer raken.

 

12. Bijzondere comités

Artikel 41.-

§1.- Het bijzonder comité voor de sociale dienst / bijzonder comité voor het patrimonium telt vier leden, de voorzitter inbegrepen. De leden worden verkozen onder de raadsleden overeenkomstig artikel 60, §3 van het OCMW-decreet. De vergaderingen van het bijzonder comité zijn niet openbaar.

§2.- De aanwezigheid van derde personen is slechts toegelaten in de gevallen voorzien in de wet. Buiten deze gevallen kunnen derde personen bij de behandeling van een bepaald agendapunt slechts toegelaten worden met het oog op het verstrekken van informatie, toelichtingen en/of technische adviezen inzake materies, waarin zij uit hoofde van hun vorming, kwalificatie en/of beroepservaring als deskundig worden erkend. Bovendien dienen zij door de voorzitter uitgenodigd te worden. Zij kunnen in geen geval deelnemen aan de besluitvorming.

Artikel 42.-

§1.- De voorzitter van het OCMW is van rechtswege en met beraadslagende stem voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst/ bijzonder comité voor het patrimonium.

§2.- De secretaris woont de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst / bijzonder comité voor het patrimonium bij en is gelast met het opstellen van de notulen.

Artikel 43.-

§1.- Het bijzonder comité voor de sociale dienst/ bijzonder comité voor het patrimonium vergadert zo dikwijls als de behandeling van de zaken het vereist.

§2.- Het bijzonder comité voor de sociale dienst/ bijzonder comité voor het patrimonium wordt bijeengeroepen door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. De oproeping wordt verzonden via de post. Het dossier ligt ter inzage van de leden van het bijzonder comité op de zetel van het OCMW.

Artikel 44.-

§1.- De oproeping wordt ten minste vijf dagen vóór de dag van de vergadering aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst bezorgd. In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken.

§2.- De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing bij elk agendapunt. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn.

Artikel 45.-

§1.- Leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst/ bijzonder comité voor het patrimonium kunnen uiterlijk drie dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de secretaris, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. De voorzitter stelt deze punten vast.

De voorzitter zelf kan van deze mogelijkheid geen gebruik maken.

§2.- De secretaris deelt de aanvullende agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, samen met de bijhorende toegelichte voorstellen van beslissing onverwijld mee aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst/ bijzonder comité voor het patrimonium.

Artikel 46

De beslissingen van het bijzonder comité worden opgenomen in de notulen en alleen die beslissingen kunnen rechtsgevolgen hebben.


 

12. Presentiegeld, kosten en toelagen

Art. 47.-

Aan de raadsleden wordt een presentiegeld verleend voor volgende vergaderingen waarop zij aanwezig zijn:

  1. De vergaderingen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn
  2. De vergadering van het vast bureau
  3. De vergadering van de bijzondere comités

De raadsleden krijgen eveneens een presentiegeld voor:

  1. De vergaderingen waarvoor het aanwezigheidsquorum niet werd bereikt, maar waarvoor de raadsleden, als het bereikt was, wel presentiegelden zouden genieten;
  2. De vergaderingen die slechts gedeeltelijk worden bijgewoond;
  3. Verschillende vergaderingen van een of meer bestuursorganen die op dezelfde dag plaatsvinden.

Voor vergaderingen die niet onder de voorgaande opsomming vallen, kan geen presentiegeld worden gegeven.

 

Art. 48.-

Het presentiegeld voor de vergaderingen van de raad bedraagt evenveel als dat van de gemeenteraadsleden voor hun aanwezigheid op de gemeenteraad.

Art.49.-

§1.- Specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, lid van het vast bureau, lid van een bijzonder comité of van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn worden terugbetaald.

§2.- Alleen kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het mandaat, kunnen worden terugbetaald aan de voorzitter en de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

13. Verzoekschriften aan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn

Art. 50-

§1.- Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de raad voor maatschappelijk welzijn in te dienen.

§2.- De verzoekschriften worden aan de raad voor maatschappelijk welzijn gericht. Een verzoek is een vraag om iets te doen of te laten. Uit de tekst van het verzoekschrift moet de vraag duidelijk zijn.

§3.- Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van het OCMW behoort, zijn onontvankelijk.

Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:

  1. De vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;
  2. Het louter een mening is en geen concreet verzoek;
  3. Als de vraag anoniem, zonder vermelding van naam en voornaam en adres, werd ingediend;
  4. Het taalgebruik beledigend is.

De voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn doet deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen zodat het wel geagendeerd kan worden op de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.

Art. 51.-

§1.- De voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn plaatst het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende Raad voor Maatschappelijk Welzijn indien het verzoekschrift minstens veertien dagen voor de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend dan komt het op de agenda van de vergadering die volgt na de eerste vergadering.

§2.-De raad voor maatschappelijk welzijn kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst, het bijzonder comité voor het patrimonium, de voorzitter verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.

§3.-De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. In dit geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

§4.- De Raad voor Maatschappelijk Welzijn of het orgaan dat aangeduid werd op basis van een beslissing zoals in art 51. §2 van dit reglement, verstrekt binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of indien het verzoekschrift door meerdere personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift. Dit antwoord wordt ook overgemaakt aan de OCMW- voorzitter, die dit ter kennis brengt van de OCMW-raad

 

VOORSTELLEN VAN BURGERS

Art 52.-

§1.- Iedere inwoner van de gemeente heeft het recht te verzoeken om voorstellen en vragen over belangrijke aangelegenheden van de beleidsvoering en dienstverlening van het OCMW op de agenda van de raad voor maatschappelijk welzijn in te schrijven en om die agendapunten te komen toelichten in de raad voor maatschappelijk welzijn.

Onder belangrijke aangelegenheden van de beleidsvoering en de dienstverlening van het OCMW worden verstaan:

  • de indienstneming van extra personeel, behalve in gevallen van hoogdringendheid.
  • het oprichten van nieuwe diensten of instellingen en het uitbreiden of het in belangrijke mate inkrimpen of stopzetten van de bestaande diensten of instellingen.
  • Het oprichten van, het toetreden tot, het uittreden uit of het ontbinden van verenigingen of vennootschappen overeenkomstel titel VIII van het OCMW-decreet.

 

§2.- Het verzoekschrift tot voorstellen of vragen van moet worden gesteund door ten minste 2 % van het aantal inwoners ouder dan 16 jaar.

§3.- De indiener moet het verzoekschrift motiveren in een nota en indienen via het formulier dat hiervoor door het OCMW ter beschikking gesteld wordt. Dit formulier dient aangetekend verstuurd te worden naar het OCMW en moet de naam, voornamen , geboortedatum en woonplaats vermelden van iedereen die het verzoekschrift ondertekend heeft.

De indiener moet alle nuttige stukken die de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen voorlichten bij de nota voegen.

§4.-Verzoekschriften tot voorstellen of vragen die niet voldoen aan de in §1, §2, en §3 gestelde voorwaarden zijn onontvankelijk.

De raad voor maatschappelijk welzijn doet deze beoordeling en doet vooraf uitspraak over zijn bevoegdheid ten aanzien van de in het verzoekschrift opgenomen voorstellen of vragen.

Art. 53.-

§1.-De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn plaatst het verzoekschrift tot voorstellen of vragen op de agenda van de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn indien het verzoekschrift minstens twintig dagen voor de vergadering werd ingediend. Wordt  het verzoekschrift later ingediend dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.

De verzoeker of de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift wordt gehoord door de raad voor maatschappelijk welzijn. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift heeft het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

§2.-De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt binnen zijn bevoegdheid welk gevolg aan het voorstel of de vraag wordt gegeven en hoe dat wordt bekendgemaakt.